donderdag 27 maart 2014

KENNISLAB VOOR URBANISME – DE HOVEN ZUTPHEN

2014-03-25 09.28.10

Zutphen, 25 maart 2014. Vandaag start de korte opdracht van het Kennislab voor Urbanisme over de wijk De Hoven. De twee studenten Karst Rauhé (RO en Planologie) en Sanne van der Drift (Sociologie) gaan gedurende twee maanden veldwerk doen in de Hoven. 
Als echte onderzoekers / journalisten / toeristen gaan zij proberen te achterhalen wat de wijk en haar bewoners nu zo bijzonder maakt. Want bijzonder, dat is het wel, zo aan de andere kant van de rivier. Dat is ook het centrale uitgangspunt van de gemeente Zutphen: De Hoven lijkt echt anders dan andere wijken die zij herbergen. Deels ligt dat aan de geschiedenis, deels aan de ligging en functie, maar ook (en vooral denken wij) aan de bewoners en ondernemers.
Karst en Sanne gaan dat anders zijn, dat unieke, proberen te vangen. Dat doen zij door verhalen op te halen van bewoners, gebruikers en bezoekers. Door kenmerkende en alledaagse plekken te ontdekken en vast te leggen in beelden. Dwalen door de straten van De Hoven, toevallige ontmoetingen, pareltjes en problemen, zij gaan het allemaal mee maken.
2014-03-25 13.29.56Het resultaat van de korte opdracht De Hoven Zutphen is drieledig. Er wordt een poster opgeleverd die een combinatie van een landkaart en een sociale kaart is. Met daarop de schatten van de wijk, zodat de bewoners zelf maar ook de toevallige bezoekers kunnen ontdekken hoe bijzonder De Hoven eigenlijk is. Sanne en Karst geven een presentatie van hun bevindingen, want als lerende onderzoekers moeten zij ook laten zien dat zij kunnen presenteren. En de opgehaalde informatie en data wordt digitaal gebundeld en overgedragen.
De komende weken zijn zij druk bezig met alle voorbereidingen voor het veldwerk. Natuurlijk worden ze overstelpt met beleidsstukken, al opgehaalde informatie en eerdere activiteiten en projecten. Toch is het de kunst om een gezonde afwisseling te vinden tussen letters en cijfers en mensen en straten. Sanne werd bijvoorbeeld verrast door de bonte kozijnen en kleuren rond het museum Boer Kip. Prachtig, die verwondering en verbazing, dat is de bedoeling van deze opdracht van het Kennislab Kort.
2014-03-25 13.13.39Mijn taak is hen te begeleiden, zodat zij over twee maanden met een goed product komen. Dat doe ik met hart en handen aan de stad. Mocht je interesse hebben in de voortgang van deze korte opdracht in de wijk De Hoven in Zutphen, reageer gewoon naar mij op mark.verhijde@gmail.com of bel mij: 06-52653005. Ook natuurlijk als je de twee studenten kunt helpen met informatie en verhalen!
Boeit zo’n korte opdracht jou en heb je wel belangstelling om zelf een korte opdracht uit te zetten bij het Kennislab voor Urbanisme? Neem dan contact op met Jan-Willem Wesselink. Zijn email is J.Wesselink@elbamedia.nl en het telefoonnummer 033-8700 100.

maandag 24 maart 2014

ZELF DOEN! BURGERPARTICIPATIE IN DE WEEK VAN DE OPENBARE RUIMTE

wor_groen_dv052_420x280Maandag 7 april 2014 begint in Kasteel De Vanenburg, Putten de Week van de Openbare Ruimte. Bedrijfsleven en gemeenten ontmoeten elkaar gedurende vijf dagen om kennis op te doen en inspiratie te putten als het gaat om de openbare ruimte.
De Week is ingedeeld in vijf themadagen, rond infra & ondergrond, groen, licht en verlichting, ontwerp & inrichting en sport & spel. Maar Maarten Bosman en ik organiseren er iedere dag de debatsessies over burgerparticipatie.
Burgerparticipatie? Hoezo burgerparticipatie op de Week van de Openbare Ruimte? Dat gaat toch vooral over beheer, ontwerp en inrichting, maar toch niet over burgers? Onzin, vinden wij. Die openbare ruimte is allang niet meer alleen van gemeenten, adviesbureau’s en aannemers. Tegenwoordig zijn het bewoners, gebruikers en bezoekers, die zelf aan de slag zijn met hun groenproject of hun tijdelijke moestuin. Tijd daarom voor een frisse wind in Putten.
2014-03-22 13.32.02Voorbeelden. Op iedere themadag houden we drie debatsessies over burgerparticipatie, naast de vele werksessies die je als bezoeker kunt meemaken. Zo komt op maandag 7 april het zelfsturingsplan Groot Merselo in Venray aan de orde, met als centrale vraag: kunnen bewoners ook in de uitvoering van een herstructurering van een straat meewerken? Op vrijdag 11 april staan de speeltuinverenigingen in Geldermalsencentraal, want hoe doen die bewoners dat beheer en wat zien we na tien jaar zelfwerkzaamheid? Ook het voorbeeld van het Buurtbeheerbedrijf Sluisdijk in Den Helder en de Unieke Brink in de wijk Wesselerbrink, Enschede komen langs. Theo van Wijk vertelt over het burgerinitiatief de Schatkamer Domplein in Utrecht en Peter Post over de pilot Particulier Speeltoestel in Almere.
Een echt debat. Alleen wat voorbeelden laten zien is niet genoeg, halverwege de werksessie is het de beurt aan de zaal. Naast vragen en opmerkingen worden de discussies gevoerd aan de hand van stellingen, die de vinger op de zere plek leggen. Want zeg nu zelf: met zo’n buurtbeheerbedrijf binnen de gemeentegrenzen ben je toch spekkoper? Of niet? Aan de hand van dit soort stellingen laten we de deelnemers, de aanwezige exposanten en de aanwezige burgers stevig met elkaar in discussie gaan.
aardvarkenVan statement naar agenda. Uit de debatsessies komen diverse statements. Maarten Bosman en ik maken daar een agenda voor 2014 van. Want praten over burgerparticipatie is leuk, maar er moet ook iets gedaan worden.
Meedoen? Inschrijven voor de Week van de Openbare Ruimte en deelnemen aan de debatsessies over burgerparticipatie gaat via de website. Acquire Publishing en ExpoProof, de organisatoren van de Week van de Openbare Ruimte, bieden een korting van € 50,- op de inschrijving voor één of meerdere themadagen. Dat betekent dat je niet € 245,- betaalt maar € 195,-. Wil je gebruik maken van deze korting? Stuur dan een email  aan Acquire Publishing. Ik hoop dat je meedoet in Putten in april.

vrijdag 21 maart 2014

ZELFBEHEER LEIDT TOT SEGREGATIE

Foto opening laatste nieuw geplaatste speeltoestelDe Participatiesamenleving komt eraan en burgerinitiatieven kun je zien als belangrijke dragers ervan. Maar kunnen bewoners dat ook allemaal aan? Gaan burgerinitiatieven in achterstandwijken er niet heel anders uitzien dan die in de wijken met veel sociaal-economische kracht?
Het voorbeeld rond de speeltuinverenigingen in Geldermalsen, waar bewoners het beheer en onderhoud van de speeltoestellen in de openbare ruimte doen, laat de verschillen in kwaliteit van speeltoestellen en speelplekken na tien jaar zelfbeheer zien. De oorzaak van die verschillen ligt in het vermogen van bewoners om zelf geld te regelen voor vervanging en nieuwe toestellen in hun speeltuin.
Al in 2003 besloot de gemeenteraad daar om het beheer en onderhoud van de speeltoestellen over te dragen aan de diverse bewonersgroepen in de wijken en dorpen. Concreet gaat het dan om de beheerbudgetten, niet om het geld dat nodig is voor de vervanging van de toestellen. De bewonersgroepen zijn toen omgevormd tot elf speeltuinverenigingen. Zij hebben als belangrijkste taak het in stand houden van veilige speelplekken en toestellen voor hun kinderen. Bijzonder is dat het gaat om openbaar toegankelijke speelplekken, zoals je ook in andere gemeenten vindt. Alleen in Geldermalsen wordt het werk gedaan door bewoners. 
Geldermalsen spelen bMaarten Bosman en ik spraken met Rogier Mulder, de voorzitter van de vereniging ‘t Speelbergje in Meteren, Geldermalsen. Hij legt uit dat de vrijwilligers van de speeltuinverenigingen een wekelijkse visuele controle houden van hun toestellen; maandelijks is er een functionele (technische) inspectie. Jaarlijks wordt samen met een door de gemeente ingehuurd bedrijf een grote inspectie gehouden. Alle speeltuinverenigingen hebben een contract met de gemeente en krijgen een jaarlijks budget voor organisatie- en reparatiekosten. Het bestuur in Meteren bestaat uit acht mensen en een flinke groep vrijwilligers.
Omdat er geen vervangingsgeld voor de toestellen is, wordt een groot beroep gedaan op de creativiteit en het ondernemerschap van de vrijwilligersorganisaties om op termijn speeltoestellen en speelplekkentuinen te kunnen vernieuwen. Oftewel, extra inkomsten vinden door subsidies en sponsoren. Voor de speeltuinverenigingen zelf betekent het dat zij sinds 2003 naarstig op zoek naar aanvullende financiële middelen, in de vorm van subsidies zoals Oranjefonds maar vooral naar manieren om sponsoren en schenkingen aan te trekken.
Geldermalsen spelen aIedere speeltuinvereniging doet dat op zijn eigen manier. Speeltuin Meteren richt zich vooral op het lokale bedrijfsleven en organiseert activiteiten om geld op te halen bij omwonenden. De speeltuinvereniging in het Middengebied van Geldermalsen, die net een groot speelterrein heeft aangelegd met nieuwe toestellen, werkt nauw samen met het lokale bedrijfsleven.
Maar er wordt ook creatief gedacht en gewerkt. Naar analogie van de bomenbank die door de ondernemer Van der Berk is opgezet voor tijdelijke bomen op het Koningsplein Tilburg denkt Rogier Mulder dat een Toestellenbank kan bijdragen aan het vernieuwen van de diverse eigen speeltuinen.
Het idee is om samen met een groot aantal andere speeltuinen een verzamelbank te maken voor het onderling uitwisselen van speeltoestellen. Op zo’n manier kunnen de speeltuinen vernieuwd worden zonder meteen nieuwe speeltoestellen te hoeven aan te schaffen. Daarvoor is het wel nodig dat de elf speeltuinverenigingen in Geldermalsen meer contact met elkaar hebben en beter gaan samenwerken. Uitwisseling van kennis en ervaringen en leren van elkaar zou de diverse activiteiten van de speeltuinen versterken.
Tegelijkertijd constateert Rogier Mulder dat dergelijke verschillen in de (financiële) mogelijkheden van de speeltuinverenigingen ook een soort segregatie tussen de wijken en kernen van Geldermalsen betekent. Niet alleen het aantal speeltoestellen per gebied kan verschillen, ook de kwaliteit en de mogelijkheden per toestel, want dat is nu afhankelijk van de vraag hoeveel geld de bewoners kunnen regelen of opbrengen. Het is in Geldermalsen niet meer zo dat ieder kind dezelfde speelmogelijkheden heeft.
Geldermalsen spelen gHet voorbeeld van de speeltuinen in Geldermalsen is bijzonder, omdat het een extra dimensie toevoegt aan de vraag in hoeverre maatschappelijke initiatieven en activiteiten voor meer mogelijkheden voor burgers zorgen. Worden er geen mensen buitengesloten? Kunnen alle burgers meedoen? In Geldermalsen kan dat wat betreft de werkzaamheden – het in stand houden van de speelplekken en -toestellen, wat nu al door wijkbewoners gedaan wordt. De verschillen in speelplekken en speeltoestellen ontstaan omdat men nu zelf moet zorgen voor de investeringen voor vervanging en vernieuwing. In de wijken en kernen waar dat vermogen om zelf die investering te kunnen regelen ontbreekt groeien kinderen op met minder speeltoestellen en kwalitatief mindere speelmogelijkheden. Dat noemen we segregatie als het om wonen gaat, maar sinds Geldermalsen dus ook als het om spelen gaat.
In Buitenspelen 2014-1 verschijnt een uitgebreid artikel over de speeltuinverenigingen in Geldermalsen Ook tijdens de Week van de Openbare Ruimte (7 t/m 11 april te Putten) wordt op vrijdag 11 april tijdens de Participatiekamer het debat gevoerd over de voor- en nadelen van zelfbeheer van speeltoestellen, met als voorbeeld de situatie in Geldermalsen.

TRAINING BURGERINITIATIEVEN EN AANSPRAKELIJKHEID

CIMG2353De Participatiemaatschappij komt eraan en hoe gaan we nu om met de bottom-up initiatieven in onze gemeente? Wat doen we met risico’s en aansprakelijkheid, als we ruimte aan burgers geven? Gaan we loslaten of dichttimmeren, of wordt het juist jongleren?
Aanleiding. Op basis van het BZK-onderzoek Burgerinitiatieven en Aansprakelijkheid (2013) en het nieuwe boek “Regel die Burgerinitiatieven” (Acquire Publishing, maart 2014) organiseert Platform 31 in samenwerking met de docenten Maarten Bosman, Kees van Alphen en Mark Verhijde de training Maatschappelijke initiatieven en Aansprakelijkheid. . Informatie over de training en aanmelden kan via deze link.
Datum: De training wordt gegeven op 8 mei 2014 in Den Haag.
CIMG0269Praktisch. De training helpt op een praktische manier deelnemers om de risico’s bij bewonersinitiatieven te beoordelen en inzicht te verkrijgen in passende samenwerkingsvormen en mogelijke juridische afspraken, publiekrechtelijk en privaatrechtelijk. Tijdens de training zal theorie veelvuldig worden geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. Tegelijkertijd is er voor deelnemers volop ruimte om casussen uit de eigen praktijk in te brengen.
Doelgroep. Platform 31 en de docenten hebben de training speciaal ontwikkeld voor medewerkers van gemeenten en woningcorporaties die in de dagelijkse praktijk te maken krijgen met bewonersinitiatieven, en beleidsadviseurs die zich met deze materie bezig houden.
IMAG1359Docenten. Maarten Bosman (M. Bosman BV) is planoloog en adviseur stedelijke ontwikkeling. Zijn werkzaamheden betreffen diverse aspecten rond bestemmingsplannen, structuurvisies en gebiedsontwikkelingen, met een groot enthousiasme voor bottom-up initiatieven en de nieuwe positie van gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars daarbij. Kees van Alphen (Van Alphen Advies) is jurist en adviseur. Zeer ervaren en deskundig bestuursrechtjurist voor overheden, in het bijzonder gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en provincies. Mark Verhijde (Mark Verhijde – Interim programmamanager en adviseur stedelijke ontwikkeling) werkt met hart en handen aan de stad. Burgerparticipatie, bottom-up initiatieven, gebiedsgericht werken, sociale innovatie en creatieve economie zijn terugkerende thema’s in zijn werk.

maandag 24 februari 2014

SAMEN DOEN – ZELFSTURING IN VENRAY

2014-02-14 14.44.21In Merselo werken inwoners, gemeente en aannemers samen aan de herinrichting van de straat Grootdorp. Gemeente Venray is sinds kort gestart met zelfsturing en het project Grootdorp Merselo is het eerste zelfsturingsplan dat gefaciliteerd wordt met gemeentelijk budget. Mits het dorp zelf ook bijdraagt, in de planvorming, met draagvlak, met eigen middelen en in de uitvoering. Zelfwerkzaamheid van burgers, daar is het Venray om te doen. En dat valt in goede aarde, zo blijkt in Merselo.
Voor Theo Zeger, de voorzitter van de dorpsraad Merselo, is zelfwerkzaamheid echter niet nieuw. Toen Theo nog voorzitter was van de voetbalvereniging werd het het beheer van het sportpark al uitgevoerd door de verenigingen zelf. In 2000 is het sportpark verder geprivatiseerd, met overdracht van het beheerbudget. De kantine is toen in erfpacht uitgegeven. De voetbalvereniging als grootste gebruiker nam het initiatief genomen om het geld bij elkaar te halen en afspraken te maken met de verschillende gebruikers. “We maakten 2 A4-tjes met afspraken. Om het nieuwe gebouw te realiseren hebben we zelf een aannemer gezocht die de ruwbouw deed.” Zelf voerden zij 4000 uur vrijwilligerswerk uit, waarbij voor de vrijwilligers een CAR verzekering afsloten werd. Elk vrijwilligersuur werd met €10, – gewaardeerd, want, zegt Zeger: “dat was nodig voor eventuele controles door de fiscus en de btw verrekening. Dus over zelfsturing? We deden natuurlijk van alles zelf al als samenleving.”
OLYMPUS DIGITAL CAMERAVoor de herinrichting van de straat Grootdorp komt echter iets meer kijken. De gemeente is juridisch eigenaar van de weg en door wetgeving ook wegbeheerder. Zij geeft niet zomaar de aanleg van een straat uit handen, ook vanwege kwesties als aansprakelijkheid. Ook het gemeentelijk aanbestedingstraject moet gevolgd worden, want het gaat om veel gemeentelijk geld. Hoe kan het aanbod van de inwoners van Merselo dan gebruikt worden om de straat opnieuw vorm te geven? Wat vindt de dorpsraad zelf dat zij kunnen bieden aan zelfwerkzaamheden? Hoe waardeert de gemeente dit?
Zeger vindt dat je wel een beetje slim het werk moet inschatten en dat je je eigen grenzen goed moet kennen. “Wij hebben vooraf besproken welke zelfwerkzaamheden ook echt door het dorp uitgevoerd konden worden. Dus de groenstructuur wel, de aanleg van wegen niet. Maar ook het beheer na oplevering gaan we niet doen, want we hebben er domweg niet de capaciteit voor.” In het oorspronkelijke zelfsturingsplan stond ook dat inwoners helpen met het opbreken en wegslopen van wegdelen, maar dat bleek vooral veel uren te zijn, terwijl het machinaal ook prima gedaan kon worden.
2013-12-10 12.52.59Na aanbesteding van het werk, waarbij de aannemer gekozen is die ook een goed samenwerkingsplan met de bewoners had, is er vanuit de dorpsraad een aparte werkgroep opgezet. De mensen in de werkgroep nemen deel aan de diverse bouwvergaderingen en hebben zo grote invloed hoe de werkzaamheden uitgevoerd worden. Maar zij sturen de aannemer niet zelf aan, de directievoering ligt bij de gemeente. Tijdens een bouwvergadering blijkt dat de gemeentelijk projectleider het aannemerswerk en het bewonerswerk goed gescheiden houdt. Anders is het voor hem onmogelijk om de aannemer te controleren en het werk goed (volgens kwaliteitseisen en veiligheidsoverwegingen) opgeleverd te krijgen.
Maar dat geldt ook voor de zelfwerkzaamheden van de inwoners. Het blijkt ook een hele klus te zijn om de twee soorten werkzaamheden goed op elkaar afgestemd te krijgen. Bewoners werken ook in het weekend of in de namiddag, niet precies de momenten dat professionals aan de slag zijn. Overigens is de herinrichting nog maar net gestart. Sven Niewerth (procesbegeleider) en John Drabbel (projectleider) vinden het jammer dat we nog nauwelijks iets kunnen zien van de zelfwerkzaamheden van het dorp. Want niet alleen de aannemer heeft twee maanden winterstop, ook de bewoners dachten dat er niet gewerkt kon worden. Alleen de calamiteitenploeg van de aannemer gebruikt deze zachte maanden om de inritten van de bewoners te straten.
2014-02-14 14.00.33Zelfsturing is voor de gemeente voorwaarden scheppen dat inwoners ook echt zelf de verantwoordelijkheden nemen bij het realiseren van projecten uit de dorpsontwikkelingsplannen. ”Weet je wat bijzonder is?” vraagt Theo Zeger. “Dat we als werkgroep plotsklaps ook alle bewonerscontacten kregen en zelf merkten dat onze inwoners zoveel minder op de hoogte zijn van wat er allemaal gaat gebeuren dan wijzelf zijn. Wij hebben de hele impact van het werk ook niet overzien en daardoor wat gemakkelijk zaken voor ‘normaal’ en ‘wel bekend’ aangenomen.” Maar daardoor hebben de betrokkenen wel alle persoonlijke aandacht gekregen en dat was ook prima. Gemeente, dorpsraad en aannemer verwachten voor de zomer klaar te zijn met de herinrichting.
In Straatbeeld 2014-1 verschijnt een uitgebreid artikel over het zelfsturingsplan Grootdorp Merselo. Ook tijdens de Week van de Openbare Ruimte (7 t/m 11 april te Putten) wordt op maandag 7 april tijdens de Participatiekamer het debat gevoerd over zelfwerkzaamheid bij infrastructurele projecten, met als voorbeeld Venray.

PAUZELANDSCHAP IN DE WACHT

2014-01-28 12.20.25Donderdagmiddag 13 februari houdt het Kennisinstituut voor Stedelijke Samenleving (KISS) een bijeenkomst in de oude Acacia school in Almelo over pauzelandschappen. Samen met Joost Okkema (OBL) ben ik erbij. Directe aanleiding voor mij is het wilde idee van twee kunstenaarvrienden Leo en Leny om in Sittard-Geleen een prachtige voormalige fabriekshal te gaan exploiteren. De Acacia school waar ik nu ben staat ook als pauzelandschap te boek. Wat is er sindsdien gebeurd en hoe bevalt het?
Kris Oosting van Stadmaker vertelt hoe het “Tussendoor” project de afgelopen twee jaar gelopen is. Uitgangspunt van Tussendoor is dat lege plekken opgevat worden als vrije ruimte voor de stad. Als kwartiermaker is hij aan de slag gegaan met diverse projecten en activiteiten, die met elkaar gemeen hebben (a) dat de plekken zelf weer ontdekt worden door de omwonenden, (b) dat tijdelijkheid strategisch ingezet wordt, (c) dat cultuur en culturele activiteiten nadrukkelijk een podium krijgen, en als laatste (d) dat verrommeling en verloedering actief wordt tegen gegaan.
2014-01-28 11.43.28Oosting deelt zijn bevindingen over eigenaarschap als drempel. Want niet alleen zijn grondeigenaren of vastgoedeigenaren huiverig voor tijdelijk gebruik vanwege kwesties als schade en aansprakelijkheid (zie hierover ook de publicatie Regel die Burgerinitiatief, online en als boek, elders op deze site). Ook blijkt er onvoldoende eigenaarschap te zijn bij de mensen die rond de lege plek in Almelo wonen. Dat laatste heeft twee aspecten: het gaat om aangeven wat er gedaan kan worden met zo’n tijdelijk terrein of gebouw en om er zelf ook actief aan mee te werken. Daar is nog veel verbetering mogelijk, denkt Oosting.
Kenmerkend voor de aanpak van Tussendoor is dat tijdelijkheid stiekem al de voorbode lijkt te zijn voor de definitieve herbestemde periode. Want je krijgt het gevoel dat het tijdelijk gebruik van de Acacia school het liefst vandaag nog eindigt, als er een nieuwe vaste gebruiker opduikt. Zo beschouwt is tijdelijk gebruik onzeker, onduidelijk en onredelijk. Alsof je kinderen het schoolplein opstuurt voor hun speelkwartier, dat meteen ophoudt als er een leraar gevonden is die weer les geeft. Dat staat eigen investeringen behoorlijk in de weg, zo vertelt Harmen Zijp van de War, een grass-root initiatief in een oude fabriek in Amersfoort. Hij en zijn mede-initiatiefnemers werken al meer dan 12 jaar met een tijdelijke overeenkomst, en als zij vooraf hadden geweten dat die periode meer dan 10 jaar zou zijn, hadden zij meer en uitgebreider werk kunnen leveren.
2014-01-28 11.38.20De War is bijzonder vanwege de compleet out-of-the-box benadering, met een FabLab zonder universiteitssteun, een eigen Universiteit omdat Amersfoort die wel kan gebruiken, praktische initiatieven zoals het Repaircafe, diverse onderzoekslijnen en heel veel kennis delen. Tegelijkertijd denkt Zijp aan de toekomst, want wat zou het niet mooi zijn om het terrein te herontwikkelen en zo een echte organische boast te geven aan de ontwikkeling van de stad. De kansen ziet hij in de deel-economie, de kracht en talenten van mensen, de behoefte aan een bijzondere plek. Zijn knelpunten zijn daarbij de boekwaarde, de bestemming, de verontreinigde gronden en zo meer.
Beide voorbeelden, in Almelo en Amersfoort, laten zien dat tijdelijk gebruik hier nog verder doordacht moet worden. Want woningcorporatie Beter Wonen die eigenaar is van de Acacia school zoekt vooral naar een aanvullende functie die de positie van de wijk en hun huurders ondersteunt. De echte vragen zijn volgens mij (a) wat de betekenis van het gebouw en terrein voor de lokale samenleving is, (b) hoe het geheel niet alleen bekostigd kan worden, maar ook hoe de school en de omgeving als productie-eenheid weg gezet kan worden, en (c) hoe de tijdelijkheid als een vaste periode bepaald kan worden, zodat er ruimte komt voor eigen investeringen. Anders blijft zo’n mooi tijdelijk initiatief vooral een aardigheidje in de stedelijke ontwikkeling. Dan staat zo’n pauzelandschap initiatief gewoon in de wacht.
2014-01-28 12.16.12De Phillips fabriekshal in Sittard-Geleen die Leo en Leny dolgraag willen gaan exploiteren heeft met dezelfde vragen te maken. Ofwel, wat betekent de hal en het terrein voor de bewoners en ondernemers van Sittard-Geleen? Wat is er mogelijk om geld te verdienen aan het gebouw, bijvoorbeeld omdat de lichtstraat perfect op het noorden ligt en de dichte dakdelen daarmee ideaal zijn voor zonnepanelen? Wil de huidige eigenaar een afgebakende periode afspreken om zo’n tijdelijk project een kans geven?
Een fijne zoektocht dus, voor L2 Ateliers en voor de trekkers in Almelo en Amersfoort. Gelukkig is er veel mogelijk gemaakt in wet- en regelgeving, dat met goede argumenten ook opgepakt kan worden door gemeenten en eigenaren. Joost Okkema, Maarten Bosman en ik gaan er mee aan de slag. Ondertussen organiseren de kunstenaars in het voorjaar 2014 weer het internationale art-event Kunzfetti in de hal. Zien is beleven, zou ik zeggen

BOEKPRESENTATIE EN DOSSIER BURGERPARTICIPATIE

PRESENTATIE BOEK “REGEL DIE BURGERINITIATIEVEN”

 7 MAART 2014 VAN 17:00 – 19:30 UUR
IN PAKHUIS DE ZWIJGER, AMSTERDAM

CIMG0074Op vrijdagmiddag 7 maart 2014 organiseert Acquire Publishing samen met Pakhuis de Zwijger de boekpresentatie “Regel die Burgerinitiatieven. Hoe gemeenten en maatschappelijke initiatieven in de openbare ruimte en in publiek toegankelijke gebouwen omgaan met aansprakelijkheid.” De boekpresentatie vindt plaats van 17:00 uur tot 19:30 uur in Pakhuis de Zwijger, Piet Heinkade 181 K, 1019 HC te Amsterdam. Als je bij de boekpresentatie aanwezig wilt zijn of als je interesse hebt in een exemplaar van het boek, dan kun je dat hier aangeven.
Het boek gaat over aansprakelijkheid, risico’s en situaties waar schade en claims op de loer liggen, voor de mensen die met hun eigen activiteit bezig zijn in de openbare ruimte of in gemeentelijke gebouwen, en voor de gemeenten. In 2013 hebben Maarten Bosman en ik gewerkt aan het onderzoek Burgerinitiatieven en Aansprakelijkheid in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, met als hoofdvraag “Werkt aansprakelijkheid en alle zaken die daar mee te maken hebben nu wel of niet belemmerend voor burgerinitiatieven?” Aan het onderzoek hebben de gemeenten Den Helder, Deventer en Venray meegewerkt, evenals vijf expertorganisaties.
Wij constateren dat aansprakelijkheid in principe geen belemmering vormt, niet voor gemeenten en niet voor burgers. Wat wel werkt als een drempel is het geheel aan ‘regelwerk’ waarmee jij als initiatiefnemer geconfronteerd wordt, als je gewoon aan de slag wilt in het publiek domein. Dat betekent dat er op diverse manieren ruimte te maken is voor burgerinitiatieven en daar zouden gemeenten het initiatief toe mogen nemen. Zo kun je het boek beschouwen als het resultaat van ons onderzoek met aanbevelingen om zaken anders aan te pakken.
Rollecate Deventer BBQ aToen we het boek schreven, wilden we niet een saai boek over aansprakelijkheid maken. Met “Regel die Burgerinitiatieven” hopen we dan ook een goed leesbaar en helder boek geschreven te hebben, vol voorbeelden en achtergrondinformatie, met een duidelijke verhaallijn en handige tools voor risico-inschatting. Met Do It Yourself stellingen en vragen die waar of niet waar zijn, specifieke ‘Voer voor Juristen’ teksten en natuurlijk argumenten om met gemeenten in gesprek te gaan, als aansprakelijkheid aan de orde komt. Of omgekeerd, om met initiatiefnemers te praten. Want daar schort het volgens ons nog het meest aan, goed en zorgvuldig met elkaar in gesprek als het gaat over juridische zaken als aansprakelijkheid.
De boekpresentatie op 7 maart is voor ons dan ook de start van een uitgebreid vervolgtraject. Voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken gaan we aan de slag met de aanbevelingen uit “Regel die Burgerinitiatieven” en daarvoor kunnen we je hulp goed gebruiken. Bijvoorbeeld bij de zoektocht naar eenvoudigere contracten en overeenkomsten. Of om samen met andere partijen in de setting van een leerkring te werken aan de Verordening Burgerinitiatieven. Misschien vind je ook dat het zelfbeheer van een wijkaccommodatie gemakkelijker gemaakt mag worden. Allemaal voorbeelden die op onze Agenda voor 2014 staan, om echt anders om te gaan met maatschappelijke initiatieven. Als je interesse hebt om daar actief aan deel te nemen, graag. Reageer door mij een email te sturen.
Kolenkitbuurt Amsterdam aHet is niet voor niets dat Acquire Publishing het boek “Regel die Burgerinitiatieven” uitgeeft. Voor deze uitgever werken Maarten Bosman en ik in 2014 aan het dossier Burgerparticipatie. Dat doen we door regionale bijeenkomsten te organiseren, informatie te delen online en in de vakbladen als Straatbeeld, Buitenspelen en Architectuur & Stedenbouw, en door samen te leren van goede en minder goede voorbeelden van burgerparticipatie. Want die Participatiesamenleving komt er niet vanzelf en we denken dat er nog veel te doen is voordat gemeenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties echt ruimte geven aan burgers. Aan de slag! Doe je mee?